15 okt 2019

Stadsmakers wordt Dorpsmakers

Dorpsmakers : bijna lege doos?

Bij de overdracht van de werking en (gedeeltelijk) de middelen van Stadsmakers naar de districten worden momenteel de subsidiereglementen voor cultuur, jeugd, senioren, infrastructuur enz. aangepast.

Tot einde 2018 werden vanuit Ekerse verenigingen bij Stadsmakers projecten met personeels- en/of werkingsmiddelen ingediend. Zo diende een Ekerse vereniging gedurende de vorige bestuursperiode een aantal aanvragen in. Hun project rond opvoedingsondersteuning werd door de adviescommissie (overtuigd) beschreven als zijnde van grote waarde voor kansarme gezinnen met kinderen in Ekeren en omgeving. Het grootste deel van de projectaanvraag was een tussenkomst in de personeelskost.

Spijtig genoeg werd op districtsniveau niets voorzien voor projecten met personeels en/of werkingsmiddelen.  Ons "dorp" heeft onvoldoende personeel beschikbaar om deze "projecten" op te volgen of te evalueren.  Gezien het grote aantal (ongeveer 2 per jaar) lijkt dit voor Groen geen echt probleem.

Maar natuurlijk valt het doel van deze projecten (sociale en doelgroepondersteuning) niet onder de bevoegdheid van het district.  De verantwoordelijkheid werd aldus afgeschoven naar de Stadsschepen voor sociale zaken.  Ons dorpsbestuur is niet van plan om de stad daarvoor te contacteren of deze "misser" aan te kaarten.

Op de vraag hoeveel projectsubsidies voor werkings- en/of personeelsmiddelen bij Stadsmakers werden ingediend door Ekerse verenigingen en door verenigingen die tot de vorige legislatuur nog bij het district Antwerpen behoorden en nu deel mogen uitmaken van ons dorp, kon men geen antwoord geven.  Want dat was één grote pot?

Op de vraag of in de nieuwe reglementen (die nog niet zijn uitgewerkt) ook plaats zal zijn voor district (of moet ik zeggen dorps-)overstijgende projecten werd niet geantwoord.

Dorp

Wat is nu een dorp?  Wel, Dr. Karl Catteeuw (KU Leuven) beantwoordde deze vraag op www.ikhebeenvraag.be.

"Een dorp is vooral een morfologische structuur: een groepje huizen, die relatief geïsoleerd liggen van andere zo'n clusters. Etymologisch gaat het woord terug op 'terp': een kunstmatig heuveltje waarop woning bijeen staan. Het gaat om permanente bebouwing, en een zekere concentratie. Over hoe sterk die concentratie dan moet zijn, lopen de meningen uiteen: meer dan wat voor 'verspreide bebouwing' of 'gehucht' wordt gebruikt, minder dan wat voor 'voorstad' of 'stad' wordt gehanteerd. De woonkernen die we doorgaans als dorp erkennen, variëren van 200 tot 7000 inwoners (weliswaar in de kern!), of van een 30-tal tot een 3000 woningen. Soms wordt ook een functioneel aspect opgenomen in de definitie: er is een kerkgebouw, of een bakker of beenhouwer, of veel economische landbouwactiviteit, of een school - maar dat beperkt al sterk het aantal dorpen.

Een dorp heeft absoluut geen bestuurlijke definitie, als ze dat ooit al had. In onze gewesten werd vanaf 1797 bepaald dat een verkozen bestuur pas kon vanaf 5000 inwoners, en bovendien een heel territorium (dus met verspreide bebouwing, ook afgelegen boerderijen, boswachtershuizen, kastelen) moest meenemen. Dat heette voortaan 'gemeente'. Grotere dorpen vormden de basis van een volledige gemeente, maar er waren ook gemeenten die uit meerdere kleine dorpen waren samengesteld. Tussen 1965 en 1977 werden die gemeenten samengevoegd tot een grotere schaal, en werden de onderdelen die vroeger een zelfstandig bestuur hadden 'deelgemeente' genoemd.

Gemeente, deelgemeente en dorp vallen dus helemaal niet samen:

  • de eerste twee rekenen ook open gebied mee, het laatste alleen een bebouwde kern.
  • de eerste twee hebben of hadden een eigen bestuur, het laatste niet."

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.